Vlak achter het cortijo begint een zandpad dat vroeger door muilezels werd gebruikt om amandelen naar beneden te brengen. Het slingert langs rozemarijn, wilde tijm en droog gras omhoog naar de bergkam.
Vertrek vroeg. Om acht uur valt het eerste licht schuin over de helling en kleurt alles goud. Na een uur klimmen sta je boven, met aan de ene kant de bergen en aan de andere kant de zee.
Wat neem je mee
Water, een hoed en stevige schoenen. Er is onderweg geen schaduw. Terug ben je ruim op tijd voor een tweede kop koffie op het terras.
